2011 fiets ik door de Balkan. Mijn tocht begint in Sofia te Bulgarije en gaat vervolgens door Servie, Macedonie, Albanie, Montenegro, Bosnie-Herzegovina, Kroatie, Slovenie om via de Wurzenpas in Oostenrijk te komen.

Mijn plan…? Vanuit Sofia, de hoofdstad van Bulgarije terug naar huis fietsen. Dwars door de Balkan. Ik smeedde mijn plannen in de winter en weet dat er veel geklommen moet worden, geen meter zal vlak zijn. Zie ik er tegen op om zoveel te klimmen? Nee… ik heb er onwijs veel zin in!

Het is mijn bedoeling om zoveel mogelijk de niet gebaande paden te fietsen. Ik wil de landen waar ik doorkom zoveel mogelijk in al zijn facetten beleven.

Op zondag 8 mei fiets ik Sofia uit op weg naar mijn avontuur. Het regent en ik heb de wind pal voor maar ik bruis van de energie en ben blij dat ik weer op de fiets zit. Lekker de vrijheid tegemoet!

Al snel bereik ik de grens van Servië. Na wat formaliteiten aan de grens kan ik al snel verder. Vanwege de donkere wolken die boven me hangen en de eerste druppels die beginnen te vallen zoek ik een hotelletje op. De gastvrouw is erg vriendelijke, de fiets mag zelfs binnen staan en ik krijg de mooiste kamer die ze heeft.

Het is genieten zo in mijn uppie door deze landen, ik ben erg geïnteresseerd in de cultuur en geschiedenis, probeer zoveel mogelijk met de lokale bevolking te praten, soms met handen en voeten maar dat maakt het niet minder interessant. Veel dingen zijn nog zoals 50 jaar geleden bij ons, zo ook de oude politie auto’s waar ik een foto van maak. Dat had ik beter niet kunnen doen... want het is ten strengste verboden om foto’s te maken van deze geavanceerde politiewagen; aldus een boze agent!

Over een oude weg ga ik richting Macedonië, lekker rustig fietsen en de wind in de rug. Ik passeer de eerste moskee, nog even en dan ben ik bij de grens. Maar dan houdt de weg ineens op…ik kom voor een barricade te staan en ben genoodzaakt terug te keren. Dan maar via de snelweg die parallel aan de b weg loopt, denk ik. Ik loop het talud af en fiets over de vluchtstrook naar de douane post. Ik had me er op voorbereid dat ik moeilijkheden met de politie zou krijgen, maar niets is minder waar, enigszins verbaast en lachend begroeten ze me en wensen me een goede reis “Rare snuiter” zullen ze wel gedacht hebben…

In Macedonië kan ik goed met mijn Duits terecht het lijkt wel of iedereen vroeger in de tijd dat Macedonië nog Joegoslavië was in Duitsland gewerkt heeft. Dat maakt het een stuk makkelijker communiceren.

In Skopje (de hoofdstad) bezoek ik het oude Osmaanse centrum en één van de oudste Orthodoxe kerken van de Balkan waar ik een prachtig uitzicht over Skopje heb. En waar ik al bang voor was is me inderdaad overkomen… Overal waar ik kom zie ik zwerfhonden lopen, vaak sterk vermagerd en in grote roedels. Overal ligt rotzooi langs de weg, soms zoveel dat het een kleine vuilnisbelt lijkt. Op een gegeven moment word ik gezien door één van die honden en word de achtervolging ingezet. Zo’n 7 honden zitten achter me aan, dit wordt fietsen voor mijn leven! Ik haal alles uit de kast om de snelheid zo hoog mogelijk te maken, ik fiets wat ik kan en heb het geluk dat de berg ophoud en ik de afdaling in kan zetten. Als een bange haas ga ik als een speer de berg af. In de bocht kijk ik achterom en zie de honden op de weg staan… ze geven het op. God zij dank!

Albanië is anders, Albanië heeft weinig en daardoor veel. Als ik ’s avonds mijn fiets een berg op sleur en in een plooi van de berg mijn tentje opzet, komen er onverwacht toch mensen aan. Een man op een ezel en een zijn vrouw met twee koeien aan een touw lopen over het smalle geitenpaadje, als ze me zien en ik ze wil aanspreken om te vragen of het goed is dat ik daar mijn tentje opzet gaan ze zichtbaar geschrokken verder. Geen woord wilden ze met me praten… Een beetje ontdaan en onbeholpen zet ik toch mijn tent op. Die ochtend komt de man toch naar me toe en wil zichtbaar zijn excuus maken en me duidelijk maken dat ze daar nog nooit eerder een toerist hadden gezien. We geven elkaar de hand en lachen wat, communiceren is er verder niet bij maar toch ik ben opgelucht dat ik deze vriendelijke man nog even gezien heb.

Via Peshkopi ga ik op weg naar Burrel, een schitterend berggebied. Een zeer oude bergweg waarvan de stenen met de hand gelegd zijn zal ik de komende twee dagen voor de kiezen krijgen. De versnelling van mijn Rohloff naaf staat 2 dagen in zijn 1ste. Het is een zwaar parcours maar zeer de moeite waard. Slechts twee auto’s (landrovers) kom ik er tegen, verder af en toe een herder met zijn kudde schapen. In de nacht lig ik heerlijk rustig op de helling van de berg. Dit is het pure leven, denk ik… hier doe ik het voor!

In Shköder neem ik een hotelletje, de regen komt met bakken uit de lucht. Ook wel eens fijn een schoon bed en zeker als de regen onophoudelijk uit de lucht valt en de lucht zwart kleurt.

Voor de grens van Montenegro sla ik rechtsaf een zeer steile weg in die de bergen in gaat, parallel met de grens. Het zweet gutst me langs het lijf de weg slingert stijl tegen de bergwand, als ik achter me kijk is het uitzicht geweldig. Plots houd het asfalt op, glad wegdek maakt plaats voor modder, zand en stenen. Het fietsen en soms stukken wandelen is zwaar maar de beloning is groot. De natuur word steeds ruiger en zeer mooi ik zie de sneeuw op de bergen ver voor me.

In Tamare kom ik het eerste winkeltje tegen ik sla er wat voedsel in en vervolg daarna mijn weg, de weg die me verder de bergen in zal brengen. Het landschap word steeds mooier. Desolaat en weerbarstig als Albanië is, zo lange tijd kom ik niemand tegen ik waan me alleen. Ik geniet er van om hier te mogen fietsen. Na een paar uur voel ik echter de man met de hamer komen, het regent en ik krijg het koud. Onder een boom zoek ik beschutting en haal mijn MSR brander uit mijn tas. Ik maak wat water warm gooi er wat melkpoeder door met haver een banaan en honing, zo heb ik binnen no-time een heerlijke warme hap. Geen pap meer in de benen maar in mijn maag…ik kan weer verder!

In Lépushe, wat slechts uit een paar huisjes bestaat ben ik tevens op de pas van een berg. Ik zie een deur open staan en loop naar binnen. Drie mannen staan er een biertje te drinken en begroeten me vriendelijk, ze bieden me bier, brood en een stuk gezouten vet spek aan. Ik maak wat lol met de mannen en doe me te goed aan het bier met spek en laat het me goed smaken. Opgetogen ga ik de afdaling in, de afdaling die me in Montenegro zal brengen.

Na een erg koude nacht (ik lag met al mijn kleding aan in bed). Kom ik bij de grensovergang. Volgens mij ben ik de enige klant bij de douane die dag… Er zit één man in het kantoortje en er ligt er één in een bed naast het bureau. De stempel word netjes droog geblazen een warme groet en ik kan weer verder.

Wie niet van klimmen houdt, adviseer ik niet naar Montenegro te gaan… geen meter is er vlak te fietsen. Door de Tara kloof ga ik op weg naar Nat. Park Durmitor. Een erg mooi traject maar ook weer behoorlijk klimmen. Zo kom ik over de met sneeuw bedekte pas Sedio van 1908 mtr. Als ik boven op de pas ben wordt het plotseling zwart aan de lucht en begint het hard te waaien. Al gauw zit ik in een enorme onweersbui. Drijfnat kom ik in de nederzetting Trsa waar ik een onderkomen vind. De vrouw des huizes maakt een heerlijk bord soep voor me, een grote shjaslik met aardappelen en een fles bier maakt het compleet. En als de kachel dan ook nog voor me aangestoken word, voel ik mijn lijf weer een beetje ontdooien en zit ik nog uren bij kaarslicht Schlibowitsch te drinken. Zo eindigt de dag op een mooie onvoorziene manier.

Als de volgende ochtend het weer is opgeklaard ga ik op weg naar Bosnië-Herzegovina. Ik geniet van het mooie landschap en de rustige wegen. Bosnië is anders, ik zie veel huizen die leeg staan en waar de kogelgaten nog in de muren zitten. Nu zie ik wat hier 20 jaar geleden is aangericht. Van wat ik ooit op tv zag zie ik de sporen nog vers in land. Ook gebieden waar wild kamperen niet mogelijk is omdat het er nog steeds vol mijnen ligt… In Sarajevo zie ik de vele grauwe flatgebouwen, nog beschadigd door alle beschietingen. Achteraf maakt het een grote indruk op me. In de oude Osmaanse wijk leven de mensen weer vredig samen en hangt er een bijzondere sfeer. De moskee en de Orthodoxe kerk staan er naast elkaar, ‘dit zie je alleen in Sarajevo’ verteld een oude man tegen me en ik denk dat hij gelijk heeft.

Mijn tocht gaat verder richting Kroatië en Slovenië om uiteindelijk via de Wurzenpas in Oostenrijk te komen. Hier houdt ik nog lekker een paar dagen vakantie en drink een groot glas bier op de mooie toch die achter me ligt.

De Balkan is anders, de Balkan is weerbarstig met een rijke geschiedenis, waar het goed toeven is!

 

Bezoek bij de tent, Albanië

Villach Oostenrijk

Leuke ontmoeting Albanië